’We kunnen in de GGz niet meer om leefstijl heen.’

Op deze plek delen we ervaringen en inzichten van leefstijlcoaches waar jij door geïnspireerd kunt raken. Of je nu net begint aan een van de opleidingen tot leefstijlcoach of al bent afgestudeerd; bij de Academie blijf je altijd leren! Deze keer vertelt psychiater Lotte van Hout, over het belang van leefstijl in de psychiatrie.

Waarom ben je de opleiding ‘leefstijlcoaching voor artsen’ bij de Academie gaan doen?

Binnen mijn werk als psychiater bij een grote regionale GGz-instelling zag ik al jaren de gevolgen van een ongezonde leefstijl op mijn cliënten. Ze werden vaak zwaarder, bleven roken of begonnen daarmee door de psychische klachten. Leefstijl speelt zo’n belangrijke rol in het ontstaan, de instandhouding en de behandeling van psychische klachten. Maar met de leefstijl van mensen in de GGZ is het vaak slecht gesteld. Ze overlijden gemiddeld zo’n 20 jaar eerder. Dat is allemaal al jaren bekend en wat mij betreft niet iets dat we maar gewoon moeten accepteren. Vandaar dat ik me al tijdens mijn opleiding tot psychiater verdiepte in de onderlinge relatie tussen leefstijl en psychische klachten. Om meer kennis te krijgen voor in de spreekkamer, ben ik in 2020 begonnen met de opleiding bij de Academie. Ik werkte toen nog bij OPSY, een centrum voor orthopedagogiek en psychiatrie, dat hulp biedt aan volwassenen met een licht verstandelijke beperking en psychische problemen en onderdeel is van de GGZ Eindhoven. Bij de Academie was ik de enige psychiater in de groep. Verbazingwekkend, vond ik dat. Gelukkig zaten er wel een aantal verslavingsartsen in de groep, goed om te zien hoe hier in de verslavingszorg aandacht voor is! Maar binnen de psychiatrie is leefstijl echt nog een ondergeschoven kindje in de praktijk.

Hoe komt dat?

Leefstijl heeft heel lang geen rol gehad binnen de psychiatrie. Ik denk dat het daarom ook nog geen duidelijke plaats heeft in de behandeling. Simpel gezegd is er lang gedacht: eerst die psychiatrische symptomen oplossen en daarna komt die leefstijl wel een keer. Maar het is juist zó zinvol om al in een veel vroegere fase al over leefstijl te praten! Gelukkig gebeurt dat tegenwoordig steeds vaker, en steeds meer ondersteunt door wetenschappelijk onderzoek. Leefstijlonderzoeker Jeroen Deenink is wat dat betreft echt een voortrekker en heel belangrijk voor een betere inbedding van leefstijl in de GGz.

Wat het ook niet makkelijk maakt is de grote druk waar de GGz onder staat. Er zijn grote personeels- en financiële tekorten en wachtlijstproblemen. Leefstijl komt dan vaak onderaan het lijstje van zaken waar je ook nog bij stil moet staan. Ik kan me dat best voorstellen, helemaal als je minder bekend bent met de invloed van leefstijl en als je dan denkt dat het praten erover vooral veel tijd kost. Of als je er te weinig kennis van hebt.

En dus? Hoe kunnen leefstijlcoaches het verschil maken?

Wat ik heb gemerkt in de afgelopen jaren is dat er vaak al allerlei collega’s zich op allerlei manieren bezighouden met leefstijl. Dit leidt tot mooie initiatieven op verschillende werkplekken. Maar in grote GGz organisaties is het dan moeilijk om elkaar te vinden en van elkaar te weten wat je doet. Wat mij betreft begint het dus ook met een missie en visie op leefstijl binnen de instelling waar je werkt, zodat leefstijlprojecten op ondersteuning kunnen rekenen van management, behandelaren en raad van bestuur. Het onderwerp vraagt een lange adem en soms hele nieuwe manieren van denken.  Een aantal collega’s en ik hebben ons bij GGz Eindhoven de afgelopen jaren ingezet om het onderwerp juist op al die verschillende lagen op de agenda te krijgen en te houden, zodat iedereen met een goed idee over leefstijl weet wie te benaderen. Het mooiste zou zijn als leefstijl zo’n integraal onderdeel is geworden van de behandeling dat deze inzet niet meer nodig is.

En, is dat gelukt?

Nee, helaas nog niet. Maar we hebben al wel veel bereikt. Leefstijl staat veel meer op de agenda en we hebben bijvoorbeeld In Company leefstijl trainingen gegeven samen met de Hogeschool Arnhem Nijmegen, waarin we inmiddels meer dan 150 leefstijlcoaches hebben getraind. En er zullen er meer volgen, want je ziet dat de leefstijlbeweging steeds groter wordt. Inmiddels ben ik daar niet meer werkzaam, maar gaan mijn collega’s door met het op de kaart houden van het onderwerp.

Wat merken cliënten hiervan?

Het is goed om je te realiseren dat cliënten bijna nooit uit zichzelf met een leefstijlvraag komen. Ze zoeken hulp omdat ze van hun psychische klachten af willen. Het is dus aan jou als behandelaar om de leefstijl te adresseren. We merken dat behandelaars die zijn geschoold als leefstijlcoach en die weten waar ze terecht kunnen als ze er niet uitkomen met een leefstijlvraag, dat makkelijker doen. Zij stellen nu veel meer vragen over de verschillende facetten van leefstijl. Hoe eet je, is er genoeg geld om eten te kopen, beweeg je of zit je de hele dag op de bank met je telefoon, gaat die ook mee naar bed, hoe slaap je? Hoe gaat het met je gewicht, ben je aangekomen of juist afgevallen?

En wat is het effect daarvan op cliënten?

Oh, dat kan echt verrassend groot zijn, op allerlei manieren. En hier is nog een wereld te winnen, want ik merk dat veel cliënten, maar ook sommige collega’s, zich niet voor kunnen stellen dat een leefstijlverandering zo’n effect kan hebben op psychische klachten. Ja, er is wetenschappelijk onderzoek dat dit staaft, en daar hebben we meer van nodig, maar succesverhalen zijn superbelangrijk. Die hebben zoveel zeggingskracht!

Zoals?

Neem iemand met angstklachten, die gewend is om 3 liter koffie per dag te drinken. Als je dan de voeding niet bespreekt bij de intake, kom je er misschien pas na maanden achter dat die cafeïne de boosdoener is. Ook op slaapklachten zien we veel effect. Daar lijden veel van onze cliënten aan en ze hebben de verwachting dat we hen een slaappil voorschrijven. Maar dat doen we steeds minder. We leggen uit dat die pillen niet helpen en dat je zelf veel kunt doen om beter te slapen. En dat je, als je investeert in een goede slaaphygiëne en een goede dagstructuur, daar op lange termijn veel meer aan hebt. Ik zeg niet dat leefstijl alles wegneemt maar het geeft mensen wél een betere basis. Om nu hun klachten aan te pakken, maar ook om weerbaarder te zijn tegen psychische klachten in de toekomst.

Hoe geef je mensen die solide basis?

Een mooi voorbeeld hiervan vind ik de leefstijltraining binnen OPSY. Daar is een groepstraining ontwikkeld voor mensen met een licht verstandelijke beperking, en in principe start iedere ambulante cliënt daarmee in de behandeling. Cliënten gaan in een groep aan de slag met verschillende onderwerpen. Ze stellen zichzelf elke week een doel, dat mag zo klein en zo groot zijn al ze zelf willen, de therapeuten houden de haalbaarheid in de gaten. Er is niks zo demotiverend als falen! Maar die kleine stapjes kunnen zóveel effect hebben. Mensen slapen beter doordat ze geen koffie meer drinken na 19 uur. Of hebben meer energie, doordat ze elke week een stukje verder lopen met hun hond of minder alcohol drinken. Die mooie stappen zijn zo motiverend. ‘Aha, dus ik kan zelf ook veel aan mijn klachten doen!’ Dit zijn voor hen echt heel waardevolle inzichten.

Welke waardevolle inzichten heb jij zelf opgedaan bij de Academie?

Ik vond het sowieso heel fijn om mezelf een schooljaar lang helemaal onder te dompelen in het onderwerp leefstijl, samen met andere gedreven artsen.  Het meest waardevol vond ik het uitwisselen van verhalen. Hoe gaat iedereen om met leefstijl in de spreekkamer? Daarnaast is het heel fijn om zo’n leergang door te maken met gelijkgestemden. Je kunt bij elkaar terecht voor dilemma’s en ook als je vastloopt in een traject.

En als je je dan tussen al die inspirerende collega’s bevindt, drukt het je ook weer met de neus op de feiten hoe belangrijk je eigen enthousiasme is in de spreekkamer, en hoe cruciaal het is om je bewust te zijn van je eigen leefstijlkeuzes. Als ik minder goed in m’n vel zit, lig ik zelf ook het liefst op de bank. Maar ik weet ook: als ik wél in beweging kom, voel ik me beter. Cliënten voelen het, als leefstijladviezen echt doorleefd zijn. Dus heel goed dat daar in de opleiding zoveel aandacht voor is!

Behandelaars die scherp zijn op hun eigen leefstijl, zijn ook meer geneigd om leefstijladviezen te geven, zoals laatst ook weer bleek uit onderzoek van Jeroen Deenik, die jij eerder al even noemde. Als ze zelf gestopt zijn met roken bijvoorbeeld, of nooit gerookt hebben, adresseren ze dit ook vaker bij hun cliënten. Wat vind jij van roken in de GGz?

Ja, dat is een ingewikkelde discussie! Het percentage mensen dat rookt in de GGZ is echt hoger dan binnen de Nederlandse bevolking.  Pak je hen iets af met een rookverbod binnen GGz instellingen of breng je een stukje gezondheid terug? Ik denk dat we met het niet aanpakken echt iets laten liggen. In gesprekken met cliënten zal ik het ook altijd blijven benoemen, soms serieus, soms als grapje maar ik denk wel dat de aanhouder hierin wint.

Toen ik afscheid nam op mijn vorige werkplek, was een cliënt als afscheidscadeau gestopt met roken. Ze zei: ‘ja jij zat er altijd zo over te zeuren, nu wil ik laten zien dat dit me gaat lukken.’ Kijk, dat houdt mij nou gemotiveerd. Net zoals die cliënt die nu nog maar 3 klontjes suiker in z’n koffie neemt, in plaats van 4. Dat lijkt een kleine stap, maar dit succes geeft iemand zoveel power!

Interview: Susanne de Joode

 

https://www.cambridge.org/core/journals/european-psychiatry/article/association-between-mental-healthcare-professionals-personal-characteristics-and-their-clinical-lifestyle-practices-a-national-crosssectional-study-in-the-netherlands/8D3A32F4E0DB4B6CE123C93289275A5E