‘Mijn doel: de beste huisartsenpraktijk van Rotterdam opzetten’

Op deze plek delen we ervaringen en inzichten van leefstijlcoaches waar jij door geïnspireerd kunt raken. Of je nu net begint aan een van de opleidingen tot leefstijlcoach of al bent afgestudeerd; bij de Academie voor leefstijl en gezondheid blijf je altijd leren! Deze keer vertelt Atabey Senyurek, huisarts in Rotterdam, hoe en waarom hij onorthodoxe, cultuursensitieve leefstijlprojecten opzet.

Waar komt jouw gedrevenheid om de beste te worden, vandaan?

‘Uit een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Ik ben in Nederland geboren, maar opgegroeid in Turkije. Op mijn twintigste kwam ik weer terug naar Nederland. Ik heb in die begintijd van alles gedaan, bijvoorbeeld in de landbouw gewerkt. Ik ben uitgelachen, uitgescholden. Maar mijn interactie met wat mij overkwam, zorgde ervoor dat ik verder kwam. Nu ben ik als huisarts betrokken bij 2 praktijken in Rotterdam. Ik werk al 15 jaar op Katendrecht, in Zuid, en we zijn net verhuisd naar een gloednieuwe praktijk aan de groene Kaap. Daar werk ik 4 dagen per week. De andere dag ben ik in de praktijk in Noord, onderin een van de woontorens van Little C. Dat is een chique, New-York-style wijk aan de Coolhaven, vlak bij het Erasmus MC. Het contrast tussen mijn patiëntenpopulatie onder en boven de Maas is enorm. En dat is wat mij drijft: mensen in Rotterdam Zuid leven gemiddeld 7 jaar korter dan in Noord. Ik wil die kloof dichten.’

Hoe maak jij het verschil?

‘Door veel kleine projecten met een grote, onderliggende ambitie. Ik wil de zorg in achterstandswijken op topniveau brengen en de zo beste praktijk van Rotterdam worden, zo simpel is het. Mijn roots verschillen niet zoveel van de mensen die ik nu behandel in Zuid. Vanuit die herkenning en het begrip voor hun cultuur en situatie vind ik het mooi om manieren te verzinnen om echt contact met hen te maken. Een voorbeeld is het platform LimbiQ, waarin ik, samen met andere professionals die hun wortels hebben in de Afrikaanderwijk, gezondheidsinformatie geef op een heel toegankelijke manier. Zoals een video met cardioloog Sakir Akin over vis eten, gedraaid op de Afrikaandermarkt. We doen dit allemaal in onze vrije tijd, en we hebben nog veel meer plannen. Ons doel is niet alleen gezondheidsinformatie verspreiden, maar ook Helden laten zien. Mensen die trots zijn op wat ze bereikt hebben. Want juist trots is dé ingang om met bijvoorbeeld laaggeletterde mensen uit andere culturen over leefstijl te spreken.’’

Waarom bereik je mensen uit je praktijk op Zuid wél middels ‘trots’?

Om dat uit te leggen eerst even iets over het verschil tussen jou en mij in onze opvoeding. Jouw ouders hebben jou geleerd om vooral te reageren vanuit (Atabey wijst naar zijn voorhoofd) je verstand. Ik heb geleerd om te reageren vanuit mijn gevoel (hij wijst naar zijn achterhoofd). Daar zetelt ook trots. Je leefstijl veranderen is voor iedereen een uitdaging, ongeacht je opvoeding of herkomst. Mensen daarbij helpen begint voor mij als arts met echt contact maken. Ik weet dat ik mensen uit Zuid ‘heb’ als ik ze aanspreek op iets waar ze heel trots op zijn.’

 Wat was voor jou de reden om de opleiding bij de Academie te gaan volgen?

‘Achteraf gezien had ik dat misschien veel eerder moeten doen. Ik ben begin 2021 gestart, op een onmogelijk moment. Mijn vader lag op sterven, we waren zowel in Noord als in de praktijk op Zuid aan het verbouwen, we zaten midden in corona periode. Maar ik was al zo lang bezig met leefstijl en ik wilde meer impact kunnen maken. Toen ik begon in de Afrikaanderwijk viel me op dat we veel meer patiënten hebben met overgewicht en suikerziekte dan een gemiddelde praktijk. Toen dacht ik: je kunt niet blijven behandelen, wat kunnen we doen om deze problemen, of de verergering ervan, te voorkomen? We zijn in maart 2012 al snel begonnen met een zelfbedacht project, een soort mini GLI, met subsidie van het Fonds Achterstandswijken en Achmea. Onze POH hield informatiebijeenkomsten over suikerziekte en gezond leven. Psychologen uit Antes (een lokale GGZ-instelling) hielpen mensen met ontspanning en geestelijk welzijn. Onze praktijk voedingsconsulente gaf tips over gezonde voeding en we hadden een bewegingsdeskundige die met de patiënten rondliep. Dat hebben we een jaar of 2 gedaan. Later hebben we voedingsconsultatie uitgebreid in samenwerking met Rijnmond dokters (toen Izer) en Zilverenkruis Achmea, en toen de echte GLI kwam, zijn we ons daarin gaan verdiepen.’

Wat voegde de Academie toe?

‘Er is een groot verschil tussen consultvoering, wat wij artsen doen, en coaching. Consult voeren is re-actief. Mensen komen met een vraag en daar ga ik op in. De kunst bij coaching op leefstijlverandering is mensen bewust maken dat ze überhaupt een vraag hebben. Het is veel meer pro-actief. Luisteren is belangrijk, achteroverleunen. Dat heb ik vooral bij de Academie geleerd. Ik koos voor de Academie voor leefstijl en gezondheid omdat ze een speciale opleiding voor artsen hebben. Dat sprak me aan, om me te ontwikkelen te midden van mensen met hetzelfde denk- en leerniveau en dezelfde ervaring. En inderdaad, het wás fijn om met huisartsen, specialisten, ggz- artsen, verslavingsartsen en kinderartsen te werken. Een enorme variatie en toch veel herkenning. Daarna heb ik ook nog de cursus Leefstijlcoaching voor kinderen gedaan bij de Academie en daar zat ik in de klas met allerlei studenten van verschillende professies. En dat was óók heel inspirerend, ik heb bijvoorbeeld veel geleerd van fysiotherapeuten en diëtisten. Nog even over dat re-en pro-actief zijn; ik vind dat wij, de leefstijlzorgprofessionals, ook veel meer pro-actief zouden moeten zijn. We moeten meer ons nek uitsteken, meer de bres op. Meer innoverend zijn, ook al is er nog geen geld.’

 Neem je zelf ook risico’s?

‘Natuurlijk. Met LimbiQ bijvoorbeeld, maar ook met de verbouwing van onze praktijk op Zuid. Daar hebben we een beweegzaal gemaakt om een dynamisch consult te kunnen voeren. Als ik mensen vertel dat ze meer moeten bewegen terwijl ik, zoals nu, zelf op een stoel zit – dan is dat toch niet geloofwaardig? We gaan in de praktijk dus eerst bewegen met mensen en pas dan praten. Op de loopband of op de zaalfiets. Daardoor krijgt, om met Erik Scherder te spreken, hun slimheidscentrum een boost. De neo-cortex wordt aangezwengeld. Zo ervaren mensen het moreel van actief zijn. In een standaard praktijkruimte deel je verhalen, maar geen dynamiek. Pas als die er is, kunnen we écht praten over beweging, en over voeding, en stress. Veel mensen in achterstandswijken bewegen veel te weinig. De stap naar een vereniging is te groot. Met mijn beweegzaal wil ik een tussenstap maken. En ja, financiering vinden is lastig. Maar het belangrijkste is: wij geloven in iets. Wij zijn ambitieus. Ik ga ervan uit dat als wij het goede doen, de erkenning vroeg of laat volgt.’

Dit klinkt alsof je je eigen ‘kernwaarden’ heel helder op een rij hebt?

‘Sterker nog, ik lanceer ze nu ook actief in mijn praktijkvoering. Ik baseer me op de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Dat zijn er 17, die in 2030 verplicht zijn voor grote bedrijven. Wij zijn maar klein, maar ik vind het nobele doelen en ik wil graag een bijdrage leveren aan een betere wereld. We hebben 4 van de 17 doelstellingen uitgekozen die we nu al als richtsnoer willen gebruiken: goede gezondheid en welzijn; kwaliteitsonderwijs (omdat we veel stagiaires begeleiden), betaalbare en duurzame energie en tot slot ongelijkheid verminderen. Sommige mensen vinden het maar gek, dat ik die doelen zo omarm. Maar ik heb zélf een doel, we lopen richting het doel en ik wil daarin vooruitstrevend zijn. Vooruitlopen. Niet te ver, want dan mis je de verbinding. Maar als je te ver achterblijft, kun je niet verder ontwikkelen Het is wel een hele toer om je team mee te krijgen, zeker omdat wij in een zorgspagaat zitten. Onze populatie heeft meer zorg nodig, maar is juist minder gezondheidsvaardig. Dat vraagt veel van mijn team. En we kunnen het niet alleen. Leefstijlverandering heeft ook sociale en economische aspecten. Die disciplines hebben we allemaal een duwtje gegeven. En daar zet ik me ook voor in, door lezingen te geven op ministeries bijvoorbeeld en bij gemeenten.’

‘Samenwerking met de gemeente Rotterdam valt niet altijd mee, maar ze luisteren wel. De KinderGLI bijvoorbeeld, hebben we erdoor gekregen. Wij mogen de pilot uitproberen en dat is in Rotterdam een enorme uitdaging. Om dit en andere leefstijlprojecten te laten slagen hebben we meer zorgprofessionals vanuit de regio nodig die – en dat is heel belangrijk - de problematiek snappen. Alleen al daarom is het super dat de Academie nu ook met artsopleidingen in Rotterdam start. In de bevlogenheid van mijn team zit overigens ook een zeker gevaar. Idealen en ambities kunnen namelijk ook botsen. Een goed voorbeeld daarvan vind ik wat er gebeurde met Eric van ’t Zelfde, de directeur van een van de slechtste scholen van Rotterdam over wie de documentaire Superschool is gemaakt. Ik herken er veel in, ook hij gebruikt onorthodoxe methodes om zijn doelen te bereiken. Maar hij ging er zelf aan onderdoor. Ik wil niet op het punt komen dat ik moet zeggen: we hebben iets moois bereikt, maar ons team is uitgeput. We hebben dus meer mensen nodig, en moeten natuurlijk ook goed voor onszelf en elkaar zorgen.’

Tot slot; jouw eigen leefstijl, hoe staat het daarmee?

‘Mmm. Ik vind het lastig om voldoende te ontspannen en te bewegen. Logistiek heb ik dat goed voor elkaar, want ons huis grenst aan een mooi stukje groen. Maar ik doe zoveel dingen die ik belangrijk vind, dat het erbij inschiet. Tijdens de opleiding was ik daar scherper op, het was goed dat er zoveel aandacht was voor ‘coach jezelf’. Maar het blijft lastig, die balans vinden.’

Interview Susanne de Joode